087.
Bijbelstudie over de
DE WARE WIJNSTOK - HAGEFEN GEFEN
EMET
tma ]pg ]pgh
Gelovige Joden nemen op de Shabat en de
feestdagen een volle beker in de rechter hand en zeggen sinds mensen heugen
vóór het drinken van de wijn de volgende B’racha
[zegenspreuk]:
.]ma ]pgh yrp arvb ,lvih ;lm vnyhla yy hta ;vrb Baruch Ata Adonai, Eloheinu, Melech
haOlam, bore p’ri haGafen, amen!
[Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze G’d, Koning van het heelal, Gij die de vrucht
van de wijnstok hebt geschapen, amen!]. Ook Yeshua heeft
deze B’racha gedurende Zijn hele leven ontelbare keren uitgesproken.
Voor het laatst deed Hij dit tijdens de Sedermaaltijd
op de avond waarop Hij verraden werd. Slechts enkele uren nadat Yeshua met
deze woorden de wijn gezegend had, waarvan Hij gezegd heeft dat dit het bloed
van het Nieuwe Verbond is, zei Hij over Zichzelf: tma ]pg ]pgh ykna Anochi haGefen gefen emet! [Ik ben de ware wijnstok!].
Waarom heeft Hij dat gezegd? Wat bedoelde Hij daar mee? Wel, volgens mij
gebruikte Yeshua dit alom bekende Joodse metafoor van de wijnstok
in ]nxvy Yochanan [Johannes] 15:1
heel bewust om Zijn talmidim [leerlingen]
duidelijk te maken wie Hij is. Zoals gezegd hield Hij Zijn afscheidstoespraak immers
na het vieren van het bevrijdingsfeest Pesach, vlak
voordat Yeshua gearresteerd en ter dood
veroordeeld zou worden. Laten we daarom eerst globaal in de NBG-vertaling en
later ook vers voor vers in de nieuwe vertaling gaan kijken wat Hij in dit
verband nog meer gezegd heeft: “Ik ben de ware wijnstok en Mijn Vader is de
landman. Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, neemt Hij weg, en elke die
wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat zij meer vrucht drage. Gij zijt nu rein om
het woord, dat Ik tot u gesproken heb; blijft in Mij, gelijk Ik in u. Evenals
de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet aan de wijnstok
blijft, zo ook gij niet, indien gij in Mij niet blijft. Ik ben de wijnstok, gij
zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht,
want zonder Mij kunt gij niets doen. Wie in Mij niet blijft, is buitengeworpen
als de rank en is verdord, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij
worden verbrand. Indien gij in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraagt
wat gij maar wilt, en het zal u geworden. Hierin is Mijn Vader verheerlijkt,
dat gij veel vrucht draagt en gij zult Mijn talmidim
[discipelen] zijn.” (]nxvy
Yochanan [Johannes] 15:1-8). Aan de seidertafel had Yeshua de Qidushbeker laten rondgaan
als teken van het Nieuwe Verbond en de hechte gemeenschap, die er tussen Hem Zijn
talmidim
bestond. Dat bracht Hem ertoe om het beeld van de wijnstok te gebruiken. Ieder
van Zijn hoorders zal zeker onmiddellijk begrepen hebben waar Hij het over had.
Met dat beeld waren zij als Joden immers vertrouwd doordat
de wijnstok in de Joodse traditie en religie een sterke symboliek bevat. Ook tante
Rebecca de Graaf-van Gelder grijpt hierop terug om van Yeshua
te getuigen in een prachtige beeldspraak over het bekende verhaal van de
verspieders, die volgens rbdmb B’mid’bar [Numeri] 13:23 met een reusachtige
tros druiven uit het beloofde land terugkeerden tot Moshe
[Mozes]. Zij droegen de rank met de druiventros met hun tweeën aan een
draagstok. De druiventros is daarin het beeld van Yeshua.
Één Israëliet loopt voorop en kijkt voor zich uit, want hij moet op de weg
letten. De andere loopt achteraan en kijkt tegen de druiventros aan, die tussen
beiden in aan de draagstok hangt. Hij heeft het voorrecht om de druiventros, de
Mashiach, te mogen aanschouwen. Hij
symboliseert de Messiasbelijdende Joden. De Israëliet die voorop loopt, kan de
druiventros niet zien, maar hij draagt
hem wel! Hij symboliseert het verharde deel van Israël, dat nog onder de
bedekking is. Hij hoeft zich eigenlijk alleen maar om te draaien (zich te
bekeren) om Hem te kunnen zien. En dat gaat uiteindelijk gebeuren, want dáár
heeft Sha’ul [Paulus] het namelijk over in
Romeinen 11:26-29. De druiventros met de verspieders werd als symbool gekozen
van hoe het land van melk en honing stroomde en vandaag gebruikt zowel de Karmel wijnkelder als het Israëlische Toeristen
Bureau dit als hun embleem. Aangezien de talmidim [discipelen] van
Yeshua allen gelovige Israëlieten waren en hun heilige
geschriften kenden, zullen ze de symboliek van de
wijnstok zeer zeker hebben geproefd, want zowel in de Tora alsook in de Tehilim
[Psalmen] komt men de wijnstok als metafoor voor individuele mensen dikwijls
tegen, zoals bijvoorbeeld: “Een
vruchtbare wijnstok is Yosef [Jozef], een
vruchtbare plant bij een bron, met ranken die reiken tot over de muur” (ty>arb B’reshit [Genesis] 49:22)
en ook: “Uw vrouw zal zijn als een
vruchtbare wijnstok binnen in uw huis” (,ylht Tehilim [Psalmen] 128:3). Zowel Yosef alsook de vrouw worden hier vergeleken met een
vruchtbare wijnstok, maar Yeshua zegt dat Hijzelf de ware wijnstok is, maar als er een ware wijnstok is, dan is er ook een onware wijnstok: een wijnstok die zijn doel mist, die dus geen
vruchten voortbrengt. In TeNaCH [het Oude Testament] wordt de
wijnstok derhalve ook collectief op het hele volk
Israël toegepast, dat in dit opzicht niet beantwoordde aan G’ds bedoelingen,
wat in al de teksten met deze metafoor dan ook heel duidelijk naar voren komt: “Israël was een weelderige wijnstok, die
volop vruchten voortbracht. Maar hoe meer vrucht de wijnstok droeg, hoe meer er
op de altaren kwam; en hoe rijker het land, hoe rijker versierd de gewijde
stenen. Zo bedrieglijk is dat volk! Nu zal het ervoor boeten: de Eeuwige breekt
hun altaren af, hun gewijde stenen verbrijzelt Hij!” (i>vh Hoshea [Hosea] 10:1). In vhymry Yir’m’yahu [Jeremia] 2:21 zegt de Eeuwige teleurgesteld: “Ik heb je geplant als een edele druif, een prachtige stek, maar wat
ben je geworden? Een verwilderde wijnstok, woekerende ranken!”, en toch
schrijft Hij deze waardeloze wijnstok niet volledig af, want iets verderop, in
hoofdstuk 6 vers 9 lezen wij in de nieuwe vertaling: “Dit zegt de Eeuwige Tz’vaot: Zoek
goede druiven aan de wijnstok, zoek wat van Israël nog overbleef. Zoek als een
wijnboer de ranken na.” In laqzxy Yechez’q’el [Ezechiël]
17:1-12 gebruikt de profeet dezelfde metafoor in de Midrash
van de wijnstok en de adelaar: “De
Eeuwige richtte zich tot mij: Mensenkind, geef de Israëlieten een raadsel op,
vertel hun dit verhaal: Dit zegt G’d, de Eeuwige: Eens kwam er een grote
adelaar naar de Libanon. Zijn vleugels waren breed en lang, hij had veel veren
en was bontgekleurd. Uit de top van een ceder plukte hij het bovenste takje en
bracht dat naar een land van handelaars, waar hij het neerlegde in een
koopmansstad. Daarna nam hij een zaailing uit de aarde en pootte die in een
vruchtbaar veld, op een plaats waar veel water was. Hij plantte hem waar je ook
een wilg zou planten. De zaailing liep uit en werd een wijnstok, die breed
uitgroeide maar dicht bij de grond bleef. Zijn ranken richtte hij naar de
adelaar, zijn wortels stonden stevig in de grond. Zo groeide de zaailing uit
tot een wijnstok met takken en uitlopende twijgen. Toen kwam er een andere
grote adelaar met brede vleugels en veel veren, en de wijnstok draaide vanuit
de grond waarin hij geplant was zijn wortels naar hem toe en strekte zijn
ranken naar hem uit. Hij wilde zijn water van deze adelaar, hoewel hij toch op
een goed veld geplant was, waar hij genoeg water had om te groeien, vrucht te
dragen en een prachtige wijnstok te worden. En nu zegt G’d, de Eeuwige: Hoe zal
het de wijnstok vergaan? Zal de adelaar niet al zijn vruchten afplukken en al
zijn wortels losrukken zodat hij verdort? Al zijn jonge loten zullen verdorren,
en er is geen machtig leger, geen grote mensenmenigte voor nodig om hem uit de
grond te rukken. De wijnstok is geplant, maar zal het hem goed gaan? Zal hij
niet verdorren zodra de oostenwind hem beroert - verdorren in de grond waarin
hij groeit? De Eeuwige richtte zich tot mij: Zeg tegen dit opstandige volk:
Begrijpen jullie niet wat dit verhaal betekent? De koning van Babylonië is naar
Jeruzalem gekomen om de koning en de andere leiders van het land naar Babel mee
te voeren!” Ook in zijn klaaglied over de vorsten van Israël gebruikt de
profeet deze metafoor: “Je moeder was een
wijnstok, net als jij aan het water geplant, die vruchten droeg en vele takken,
want er was water in overvloed. Zijn takken werden sterk, machtig als een
heersersstaf, een klom er op tot hoog in de wolken, van verre zichtbaar met
zijn vele bladeren. Toen werd de wijnstok in woede uitgerukt en op de aarde
neergeworpen; de oostenwind verschroeide zijn druiven, zijn takken werden
afgerukt en verdroogden, de sterkste werd door het vuur verteerd. Nu staat hij
in de woestijn, in een droog en dorstig land. Uit zijn stam sloeg het vuur dat
zijn twijgen en druiven verteerde, de sterkste tak is weg, zijn heersersstaf
heeft hij verloren!” (laqzxy Yechez’q’el [Ezechiël] 19:10-14).
Naast de wijnstok wordt ook de wijngaard als metafoor gebruikt voor Israël. vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 5:1-7 is
een liefdeslied van de wijnbouwer voor Zijn wijngaard: “Ik wil van mijn geliefde zingen, het lied van mijn beminde over zijn
wijngaard. Mijn geliefde had een wijngaard op een vruchtbare heuvel; hij spitte
hem om, zuiverde hem van stenen, beplantte hem met edele wijnstokken, bouwde
daarin een toren en hieuw ook een perskuip daarin uit. En hij verwachtte, dat
de wijngaard goede druiven zou voortbrengen, maar hij bracht wilde druiven
voort. Nu dan, inwoners van Jeruzalem en mannen van Juda, spreekt toch recht
tussen Mij en Mijn wijngaard. Wat was er nog aan Mijn wijngaard te doen, dat Ik
er niet aan gedaan heb? Waarom verwachtte Ik, dat hij goede druiven zou
voortbrengen, en bracht hij wilde druiven voort? Nu dan, Ik wil u doen weten,
wat Ik met Mijn wijngaard ga doen: zijn doornhaag wegnemen, opdat hij verwoest
worde; zijn muur doorbreken, opdat hij vertrapt worde; Ik zal hem tot een
wildernis maken, hij zal gesnoeid noch behakt worden, zodat er dorens en
distels opschieten; en Ik zal de wolken gebieden, dat zij op hem geen regen
doen vallen. Welnu, de wijngaard van de Eeuwige Tz’vaot
is het huis Israëls, en de mannen van Juda zijn de planten waarin Hij vreugde
heeft; Hij verwachtte goed bestuur, maar zie, het was bloedbestuur;
rechtsbetrachting, maar zie, het was rechtsverkrachting.” Dit lied gaat
over G’d als de wijnbouwer, met veel liefde en verwachting werkend aan Zijn
wijngaard Israël en groot is Zijn verdriet dat Israël Hem hierin teleurstelde
en Hij kondigde daarom in Zijn toorn aan wat Hij met Zijn wijngaard doen zal:
zijn omheining zal Hij wegrukken en zijn muur afbreken zodat hij kaalgevreten
en vertrapt zal worden. Hij zal hem laten verwilderen, er zal niet meer
gesnoeid en gewied worden zodat er distels en doorns zullen woekeren en de wolken
zal Hij gebieden om geen regen meer op hem te laten vallen. Zo groot is Zijn
toorn en wat Hij zegt zal Hij ook doen! En Hij deed het inderdaad. Toch niet
alle vorsten van Israël waren slecht en niet allen deden mee aan de afgoderij. David was een rechtvaardige en g’dvrezende koning en
als reactie op de bovenstaande tekst smeekte hij de Eeuwige om vergeving en
gebruikte daarbij dezelfde metafoor voor het volk Israël als wijnstok en G’d
als wijnbouwer: “Adonai,
G’d van de hemelse machten, hoe lang nog blijft U vertoornd op Uw biddende
volk? U liet ons brood van tranen eten en een stroom van tranen drinken. U hebt
andere volken tegen ons opgezet, onze vijanden drijven de spot met ons. G’d van
de hemelse machten, keer ons lot ten goede, toon Uw lichtend gelaat en wij zijn
gered. U hebt een wijnstok uitgegraven in Egypte, en volken verdreven om hem te
planten. U gaf hem een ruime plek, hij schoot wortel en vulde het land. De
bergen werden bedekt door zijn schaduw, de machtige ceders door zijn twijgen,
hij strekte zijn takken uit tot de zee, tot aan de Grote Rivier zijn ranken.
Waarom hebt U zijn omheining vernield? Voorbijgangers plukken hem leeg, wilde
zwijnen wroeten hem om, velddieren vreten hem kaal. G’d van de hemelse machten,
keer U tot ons, kijk neer uit de hemel en zie, bekommer u om deze wijnstok, de
stek die Uw hand heeft geplant, het kind dat U zelf hebt grootgebracht.” (,ylht Tehilim [Psalmen] 80:5-15).
Ja, de discipelen van Yeshua, die allen
gelovige Joden waren, kenden de metafoor van Israël als wijnstok en G’d als
wijnbouwer maar al te goed en beseften daarom terdege dat de wijnstok daarin
niet zo positief beschreven is. Deze wijnstok deugde niet en was niet
vruchtbaar, maar nu zei Yeshua opeens dat Hij
de ware wijnstok is! Was dit G’ds antwoord op de smeekbede van David? Ik denk van wel! Yeshua,
die rechtstreeks van David afstamde, een zoon
van Israël, zei dat Hij de ware wijnstok is! Hij heeft de straf op zich genomen
en daarmee G’ds toorn afgewend. In ]nxvy Yochanan
[Johannes] 10:11 had Hij Zich reeds “de goede Herder” genoemd (zie Bijbelstudie nr.
085), in tegenstelling tot de leiders van Israël, die slechte herders waren, en
hier in hoofdstuk 15:1 noemde Yeshua Zichzelf
de “ware wijnstok”, in tegenstelling tot de verwilderde wijnstok Israël, die geen
vruchten kon voortbrengen zoals de wijnbouwer ze graag zou zien. Hij als
Israëliet ging de taak waar oorspronkelijk het hele volk Israël voor was
bedoeld, nu zelf vervullen. Hij claimde het ware Israël te zijn, de ware
wijnstok! En toch had Yeshua het in Zijn Midrash niet alleen over Zichzelf, maar ook over Zijn
Vader, en ook over ons, over u en mij. Laten wij ]nxvy Yochanan
[Johannes] 15:1-8 derhalve vers voor vers bestuderen, deze keer uit de Nieuwe
Bijbelvertaling:
Vers 1: “Ik ben de ware wijnstok en Mijn Vader is de wijnbouwer.”
Yeshua begint Zijn Midrash
met een verwijzing naar Zijn Vader en daarmee is ]nxvy Yochanan
[Johannes] 15:1-
Vers 2: “Iedere rank aan Mij die geen vrucht draagt snijdt Hij weg,
en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit Hij bij, opdat hij meer vruchten
draagt.”
Elke wijnbouwer werkt voor een
zo goed mogelijke productie. Het gaat hem daarbij namelijk niet om kwantiteit,
maar om kwaliteit. Het werk van de wijnbouwer bestaat daarom voornamelijk in
het snoeien en krenten van de verschillende loten. Alle ranken met aankomende
vruchten worden gekrent. Aankomende druiventrossen worden uitgedund door kleine
of slechte vruchtjes er tussen uit te plukken. Dat bevordert de groei van de
beste druiven. Met zijn scherpe snoeimes snijdt hij de ranken die geen vrucht
dragen af en de ranken die wél vrucht dragen, zuivert hij, d.w.z. alles wat het
vrucht dragen in de weg staat, snoeit hij weg. Zodra de jonge scheuten beginnen
te groeien en de wijnbouwer ziet welke een tros gaan vormen, kan de snoei
beginnen. Scheuten met een tros worden vier tot vijf bladeren na de tros
gesnoeid. Als er meer trossen aan een scheut zitten, snoeit hij de trossen weg
die het verste van de hoofdrank zitten. Omdat de druif blijft groeien en nieuwe
scheuten blijft maken, is het van belang om regelmatig door te blijven snoeien.
Hij haalt ook wat blad rond de trossen weg, om ze meer zon te geven. Bij het
krenten worden uit elke tros een paar druifjes verwijderd. De overgebleven
druiven van een tros profiteren daarvan. In de zomer als de zon in Israël het
heetste is moet hij zelfs wat druiventrossen helemaal wegknippen, want naarmate
er meer trossen worden weggehaald, zullen de overgebleven druiven namelijk zoeter
en dus beter van smaak worden. Hij doet dat echter niet voordat de trossen de
fase hebben bereikt dat ze niet verder groeien, maar gaan afrijpen, want bij
het afrijpen vormen ze namelijk nog wel suiker, maar worden niet meer groter. Snoeien
doet groeien! Dat
groeien zou je in het kader van de gelijkenis van de wijnstok kunnen zien als
het groeien van de rank. De tak wordt langer, zodat er meer ruimte is voor
vruchten. De tak wordt gekrent, zodat er nog meer ruimte vrijkomt voor volle
druiven. Gesnoeid en gekrent worden heeft de bedoeling, dat u rijke
vrucht voortbrengt. Deze vrucht heeft alles te maken met onze onderlinge relaties.
Als de relatie met Yeshua goed is, worden onze relaties ook
goed. Dat groeien
kan alleen, als we de wijnbouwer zijn werk laten doen. Hij wil ons snoeien en
de ranken die geen vrucht dragen wegsnijden, Hij wil ons dus rein maken. Hoezo
rein maken? Wat heeft dat ermee te maken? Wel, het boeiende is nu dat Yeshua in de
Griekse versie van vers 2 voor deze beide werkzaamheden twee werkwoorden gebruikte,
die klankverwant zijn, namelijk: airei airei
[hij snijdt af ofwel hij neemt weg] en kaqairei kathairei [hij
reinigt] en die zo samen een woordspeling vormen. Het Griekse woord, dat in de meeste
Nederlandse Bijbels met “snoeien” of “bijsnoeien” wordt vertaald, betekent dus
eigenlijk “reinigen”. Dit woord functioneert duidelijk in verband met het woord
dat in vers 3 is vertaald met ‘rein zijn’, namelijk kaqaroi katharoi. Zo
ontdekken we wat G’d doet met die ranken: Hij behandelt ze, door te snoeien,
zodat ze rein zijn en méér vruchten kunnen dragen. Maar wat bedoelt Yeshua met de vruchten? De meeste Bijbeluitleggers
denken hierbij vanzelfsprekend aan Galaten 5:22-23, want daar wordt namelijk gesproken
over de vruchten van de Geest: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid,
trouw, zachtmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, en zelfbeheersing. En dat is ook wel logisch, maar de vruchten
van de Geest worden hier volgens mij niet bedoeld. Zij bepalen weliswaar de
kwaliteit van de druiven, maar zijn niet de vruchten waar Yeshua het over heeft. Hij zegt
namelijk niets over de ‘vruchten van de Geest’, maar ‘vruchten van de ranken’.
Ziet u het verschil? Hij heeft het in Zijn Midrash niet over eigenschappen, maar over personen, namelijk over
Hemzelf als de ware wijnstok, Zijn Vader als de wijnbouwer en Zijn discipelen
als de ranken. En wat bedoelt Hij dus met de vruchten? De druiven natuurlijk!
En wie zijn de druiven? Dat moeten dan dus ook mensen zijn en geen
eigenschappen. De ranken moeten dus vruchten geven. Vruchtbaarheid heeft te maken met voortplanting,
vermenigvuldiging. Yeshua heeft het dus over zending en
evangelisatie, maar dan wel op de goede manier, want het gaat Hem immers niet
om het verspreiden van diverse theologische leerstellingen, maar om de
verkondiging van G’ds Koninkrijk! Het is dus niet de bedoeling om nieuwe
kerkgenootschappen of nieuwe filialen van bestaande kerkgenootschappen te
stichten, maar om discipelen voor Yeshua te winnen! De
vruchten zijn dus de bekeerlingen die we bij de wijnbouwer brengen. Tijdens de viering van het eerste Shavuot [Pinksteren] na Zijn hemelvaart
zien we wat Yeshua hiermee bedoelde. Keifa [Petrus] hield op die dag namelijk
een D’rasha [preek], waarin hij aan de
menigte in Jeruzalem duidelijk uitlegde waar het in de B’sora Tova [de Blijde Boodschap] om gaat,
met een geweldig respons! Wij zien hier dat de rank Petrus behoorlijk gesnoeid
was: eerst was hij namelijk impulsief reagerend en soms ook vol twijfel en
zelfs zijn Rabbi verloochend, maar nu was hij opeens
een heel ander mens. Vol passie en vuur sprak hij over de enige Weg voor de
verwilderde wijngaard Israël, namelijk door de ware wijnstok Yeshua haMashiach te erkennen! En wat was het
resultaat van zijn Drosche? Deze rank bracht op die ene
dag 3000 nieuwe druiven voor de wijnbouwer! Vruchten die door de verkondiging
van G’ds Woord nu via deze ene rank de levenssappen kregen vanuit de ware wijnstok
en zo zelf begonnen te groeien in het geloof waardoor er nóg meer groei
ontstond met steeds meer nieuwe vruchten, zoals
we in tvlipm Mifalot [Handelingen] 2:47
lezen: “En de Eeuwige voegde dagelijks toe aan de kring, die
behouden werden.” Zoals het voorbeeld van Petrus laat zien hebben zelfs
vruchtbare ranken het nodig om gesnoeid en dus gereinigd te worden om meer
vrucht te kunnen dragen. De wijnbouwer neemt ook bij hen weg wat overtollig en
weelderig is en daardoor de groei en de vruchtbaarheid belemmert. Ook de besten
onder ons hebben nog iets zondigs in zich, iets dat weggenomen moet worden
zoals bepaalde neigingen, denkbeelden, of karaktertrekjes die nog uitgezuiverd
moeten worden. De reiniging van vruchtbare ranken om ze nog vruchtbaarder te
maken, is de zorg en het werk van de grote Wijnbouwer, tot Zijn eigen eer en
heerlijkheid. Tot nu toe hadden we het alleen maar over de goede ranken, maar
daartussen zitten ook slechte, want sommige uitlopers zijn namelijk onvruchtbaar.
Zulke ranken worden uiteraard afgesneden en zoals er twee soorten ranken zijn,
zo bestaan er ook twee soorten discipelen. Op zoek naar goede ranken neemt de
hemelse Wijnbouwer elke rank apart. En alle krenten, die de groei van de goede
druiven, belemmeren, knijpt Hij weg. Krenten lijkt me in dit opzicht een treffend
woord, want er zijn ook gelovigen die letterlijk krenten genoemd kunnen worden
omdat ze erg krenterig omgaan met Tzedaqa [liefdadigheid] en hun
verantwoordelijkheid zowel ten opzichte van de medemens alsook ten opzichte van
de Eeuwige niet willen kennen. Er zijn mensen, die bij een gemeente horen, maar
bij wie men toch geen relatie met Yeshua kan opmerken. Deze mensen
kunnen wel zeggen: “Kan ik er wat aan doen, dat ik weggesneden word?” Jazeker!
Natuurlijk kunnen ze er wat aan doen, namelijk G’ds geboden naleven en de
liefde van Yeshua uitdragen! Dat is immers de opdracht
die Hij ons allen gegeven heeft! Het is heel eenvoudig om ervoor te zorgen, dat
je niet weggesneden wordt, maar je moet er wel wat aan doen en het natuurlijk
zelf ook willen. Het is een keuze die wij allen moeten maken in ons persoonlijk
leven.
Vers 3: “Jullie zijn al rein door alles wat Ik tegen jullie gezegd
heb.”
In het vorige vers bracht Yeshua naar
voren, dat Zijn Vader iedere rank die vrucht droeg, reinigt van alles wat het
vrucht dragen zou belemmeren, waarbij de te kleine, verschrompelde, zure of uitgedroogde
druifjes weg worden gehaald, zodat de goede vruchten beter kunnen groeien. Door
onvruchtbare ranken weg te snijden en de vruchtbare ranken te krenten, blijven
alleen de mooiste en beste vruchten over. En nu kregen de talmidim van Yeshua in vers 3 te horen dat zij
discipelen al rein, dus gekrent zijn door alles wat Hij hen gezegd heeft. Dat
zij nu rein waren en dus klaar om vruchten te dragen, hadden zij dus te danken
aan Zijn woord, waarbij wij moeten denken aan Zijn hele onderwijs. Dat blijkt
ook uit de zendingsopdracht: “Gaat dan henen, maakt al de volken tot Mijn
discipelen... en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb!” (vhyttm Matityahu [Matthéüs] 28:19). Door goed te luisteren naar de woorden van Yeshua word je dus rein, dan laat je
jezelf krenten om nog meer en betere vrucht voort te brengen. Yeshua sprak hier tegen Zijn
discipelen, gekrent en al. Maar als je niet goed luistert kan je de boodschap
ook zelf niet goed overbrengen en de vruchten die daaruit voortkomen zijn geen
goede vruchten. Wij moeten daarom heel goed luisteren naar wat Hij ons te
zeggen heeft. En wat heeft Hij ons gezegd? Dat wij de wil van Zijn Vader moeten
doen. En wat is de wil van Zijn Vader? De Tora, die
in christelijke kringen “de wet” wordt genoemd. Zijn wij dus vrij van de wet?
Volstrekt niet! Yeshua is
door Zijn Vader naar deze wereld gezonden om binnen Zijn wijngaard Israël een
nieuwe wijnstok te vormen, waarin Zijn woord continu een bijsnoeiende en
reinigende werking heeft. De meest kenmerkende eigenschap van de eerste
Messiasbelijdende gemeente was dan ook dat zij trouw bleef aan het onderwijs
van de apostelen, dus aan het woord van Yeshua (tvlipm Mifalot [Handelingen] 2:42).
Zijn woord snoeit en reinigt!
Vers 4: “Blijf in Mij, dan blijf ik in jullie. Een rank die niet aan
de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen
vrucht dragen als jullie niet in Mij blijven.”
Dat is echt een supersterke beeldspraak!
Om vruchtbaar te zijn, moeten wij in Yeshua
blijven, moeten wij door het geloof onze eenheid met Hem en met elkaar bewaren.
Dat is zonder meer een voorwaarde, want uit onszelf kunnen wij geen vrucht dragen. In dat opzicht lijken we echt op wijnranken.
Ook de beste rank kan alleen maar vrucht voortbrengen, als zij aan de wijnstok
blijft. De druiven zijn er immers dankzij de ranken en de ranken zijn er
dankzij de wijnstok. Zij krijgen hun voeding vanuit de wijnstok om vrucht te
kunnen ontwikkelen. De wijnstok op zijn beurt is er dankzij de vruchtbare grond
waarin de wijnbouwer hem geplant heeft. Er is hier dus sprake van een gesloten
circuit dat gebaseerd is op wederzijdse afhankelijkheid. Het is dus van groot
belang voor de gelovigen om afhankelijk van Yeshua te
blijven, gemeenschap met Hem te onderhouden, en van Hem hun voeding te
ontvangen. Als een rank van de wijnstok afbreekt of afgesneden wordt, verdort
hij en gaat dood. Daarom zegt Yeshua nadrukkelijk: “Blijf in Mij, dan blijf Ik in jullie!”
Alleen de verbondenheid geeft leven. Mag ik u nu een vraag stellen? Wat
betekent Zijn oproep voor u? Hoeveel persoonlijke, intieme momenten heeft u de
laatste tijd met Yeshua gehad? Neemt u de tijd om in de stilte
van de binnenkamer Zijn woord te lezen en te bestuderen om vervolgens in Zijn
naam met uw hemelse Vader te praten? Voelt u letterlijk uw verbondenheid met
Hem? Zijn aanwezigheid? “Blijf in Mij, dan blijf Ik in jullie” heeft Hij
gezegd. Hij zei het niet alleen tegen Zijn talmidim die
toen met Hem de Seideravond gevierd hadden, maar Hij zegt het
ook tegen u en tegen mij. Hij wil u zelf. Hij wil u persoonlijk. Hij wil dat u als
een rank met Hem als wijnstok verbonden bent. Door uw verbondenheid met Yeshua zult
u niet teleurgesteld worden, maar dat betekent uiteraard niet, dat daarmee dan ook
alle vragen beantwoord en al onze grote en kleine problemen opgelost zijn. Dat
heb ik ook in mijn eigen leven moeten ervaren. Het betekent echter wel dat wij
voeding en kracht mogen ontvangen, en die hebben we nodig om vruchten te kunnen
voortbrengen.
Vers 5: “Ik ben de wijnstok
en jullie zijn de ranken. Als iemand in Mij blijft en Ik in hem, zal hij veel
vrucht dragen. Maar zonder Mij kun je niets doen.”
In feite is vers 5 een herhaling
van vers 4, maar Hij wordt hier wel wat concreter. Hij geeft hier metaforisch
de verhouding weer tussen Hem en Zijn discipelen: Hij is de wijnstok, zij de
ranken. Hij benadrukt nogmaals de noodzakelijkheid om in Hem te blijven omdat zij
los van Hem tot niets in staat zijn. Wij zijn volledig van Yeshua
afhankelijk zoals de rank voor zijn sap afhankelijk is van de wijnstok. De
ranken hebben alleen maar leven en geven vrucht, als zij aan de wijnstok
verbonden zijn en de wijnstok kan alleen maar leven en het leven doorgeven als
hij door de wortel verbonden is met de vruchtbare grond. Daaruit haalt hij alle
voedingsstoffen. Het
blijven in Yeshua als ware wijnstok betekent dat wij
Zijn Vader als wijnbouwer liefhebben boven alles, want vanuit die voedingsbron
kunnen ook wij elkaar liefhebben. Er staat immers geschreven: “G’d is liefde,
en wie in de liefde blijft, blijft in G’d en G’d blijft in hem!” (a ]nxvy Yochanan alef [1 Johannes] 15:1-8). De liefde van de
wijnbouwer voor Zijn wijnstok en voor ons als ranken en onze liefde voor Hem en voor elkaar is
dus het levensvocht waaruit de vruchten gaan ontstaan.
Vers 6: “Wie niet in Mij blijft wordt weggegooid als een wijnrank en
verdort; hij wordt met andere ranken verzameld, in het vuur gegooid en
verbrand.”
Vers 6 is een logisch vervolg op vers 5, want hier zegt Yeshua wat
er gaat gebeuren als iemand niet in Hem blijft. In de Griekse versie van deze tekst
staat letterlijk het woord ‘blijft’, namelijk meinh
meinei en dat betekent dus dat Yeshua het
heeft over iemand die eerst wel verbonden was met hem, maar niet in Hem blijft.
Hij heeft het dus over afvalligen! Deze ranken zullen buiten de muur geworpen
worden en verdorren. Om duidelijk te maken hoe ernstig het met zo iemand wel
gesteld is, gaat Hij deze vergelijking nog doortrekken door heel concreet aan
te geven wat er verder met deze verdorde ranken gedaan wordt. Ze worden
namelijk verzameld, in het vuur gegooid en verbrand! Dat is een duidelijke
zinspeling op de eeuwige straf in o.a. Mt 25:41 en Opb 20:10, 14 en 15, waarin
gesproken wordt over de poel des vuurs. Door met deze vergelijking duidelijk te
maken welke straf zo iemand over zichzelf afroept, wil Yeshua ons
dringend waarschuwen, want het is niet meer dan rechtvaardig dat zij, die Hem
verwerpen, ook door Hem verworpen worden. Helaas zien wij tegenwoordig wereldwijd, en ook
hier in Nederland, dat gelovigen de Messiasbelijdende beweging in toenemende
mate de rug toekeren en zich bij de joodse orthodoxie voegen. De officiële
toetreding tot het orthodoxe Jodendom, in het Hebreeuws rvyg Giyur, het zogenaamde
“uitkomen”, gaat helaas gepaard met het officieel afzweren van Yeshua. Talrijke voormalige christenen, die in de
Messiasbelijdende beweging kennis hebben gemaakt met Joodse tradities en het
leven volgens de richtlijnen van de Tora zijn daarin
helaas te ver doorgeschoten. Voor hen werd op een gegeven moment de Joodse
levensstijl, allerlei rabbijnse inzettingen en rabbijnse leerstellingen
belangrijker dan de woorden van Yeshua. Sterker
nog: naarmate de Talmud bij hen meer gezag
begon te krijgen dan B’rit haChadasha, begonnen
ze steeds meer aan Yeshua te twijfelen. Eerst
was Hij voor hen de Christus toen ze nog
christenen waren, daarna de Mashiach toen ze Messiasbelijdend waren, later
slechts een Mashiach
(één van de vele) toen ze al begonnen te twijfelen, en tenslotte nog slechts
een Tzadiq [rechtvaardige], en dan was de stap
om Hem volledig te ontkennen niet meer zo groot. Ik wil een ieder daarom
nadrukkelijk waarschuwen om niet dezelfde kant op te gaan. Ga niet te veel op
orthodoxe websites rondsnuffelen en verdiep je vooral niet in mystieke Joodse
literatuur zoals de Zohar. Dat is letterlijk
levensgevaarlijk! Vergeet niet dat Yeshua zelf
gezegt heeft: “Een ieder dan, die Mij
belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, die in de
hemelen is; maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik
verloochenen voor mijn Vader, die in de hemelen is!” (vhyttm Matityahu [Matthéüs] 10:32-33). Ook Timoteüs
waarschuwde hiervoor: “Indien wij
volharden, zullen wij ook met Hem als koningen heersen; indien wij Hem zullen
verloochenen, zal ook Hij ons verloochenen!” (2 Timoteüs 2:12). En kijk uit
voor de infiltranten: “Er hebben zich
namelijk ongemerkt mensen onder u gemengd van wie het vonnis al lang geleden
schriftelijk is vastgelegd: g’ddelozen, die de genade van onze G’d misbruiken
als voorwendsel voor losbandigheid en die onze enige meester en Heer, Yeshua haMashiach, verloochenen!” (hdvhy Yehuda [Judas] 1:4). Zij,
die niet in Yeshua blijven, zullen door
Hem worden verlaten, zij worden terecht van de gemeenschap der gelovigen
buitengesloten. Zij zijn verdord, als ranken, die van de wijnstok afgebroken
worden. Deze ranken zijn nutteloos, en overbodig. Zij worden
verwijderd en men werpt ze in het vuur zoals men doet met alle dorre ranken,
want tot niets anders zijn zij nut, want er staat geschreven: “Mensenkind, wat is er zo bijzonder aan het hout van de wijnstok? Is
het nuttiger dan dat van andere bomen? Is er iets bruikbaars van te maken, kun
je het zelfs maar gebruiken als een haak om iets aan op te hangen? Het wordt
als brandhout in het vuur gegooid, de uiteinden zijn verkoold, het midden is
zwartgeblakerd - deugt het dan nog ergens voor?” (laqzxy Yechez’q’el [Ezechiël]
15:1-4). Een waarschuwing voor ons allemaal: Kijk er
voor uit, dat u niet een onvruchtbare rank bent!
Vers 7: “Als jullie in Mij blijven en Mijn woorden in jullie, kun je
vragen wat je wilt en het zal gebeuren.”
Yeshua sluit Zijn Midrash over de ware wijnstok af met
een belofte die Hij met andere woorden herhaalt in vers 16 van hetzelfde
hoofdstuk: “Jullie hebben niet Mij
uitgekozen, maar Ik jullie, en Ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en
vrucht te dragen, blijvende vrucht. Wat je de Vader in Mijn naam vraagt, zal Hij
je geven!” De belofte dat Zijn talmidim alles mogen vragen in Zijn naam
indien zij in Hem blijven, vinden wij ook terug in het hoofdstuk daarvoor,
waarin Yeshua tegen Filippus zegt: “Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en dat de Vader in Mij is? Ik
spreek niet namens Mezelf als Ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in Mij
blijft, doet Zijn werk door Mij. Geloof me: Ik ben in de Vader en de Vader is
in Mij. Als je Mij niet gelooft, geloof het dan om wat Hij doet. Waarachtig, Ik
verzeker jullie: wie op Mij vertrouwt zal hetzelfde doen als Ik, en zelfs meer
dan dat, Ik ga immers naar de Vader. En wat jullie dan in Mijn naam vragen, dat
zal Ik doen, zodat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt.
Wanneer je iets in Mijn naam vraagt, zal Ik het doen. Als je Mij liefhebt, houd
je dan aan Mijn geboden. Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere
pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid.
De wereld kan Hem niet ontvangen, want ze ziet Hem niet en kent Hem niet.
Jullie kennen Hem wel, want Hij woont in jullie en zal in jullie blijven. Ik
laat jullie niet als wezen achter, Ik kom bij jullie terug. Nog een korte tijd
en de wereld zal Mij niet meer zien, maar jullie zullen Mij wel zien, want Ik
leef en ook jullie zullen leven. Dan zul je begrijpen dat Ik in Mijn Vader ben,
dat jullie in Mij zijn en dat Ik in jullie ben. Wie Mijn geboden kent en zich
eraan houdt, heeft Mij lief. Wie Mij liefheeft zal de liefde van Mijn Vader en
Mij ontvangen, en Ik zal Mij aan hem bekendmaken.” (]nxvy Yochanan alef [Johannes] 14:10-21). Ook hierin zien
wij de verbondenheid tussen de ranken, de wijnstok en de wijnbouwer weer terug
alsook de noodzaak om G’ds geboden, de Tora te
onderhouden. Dat is een absolute voorwaarde voor de gebedsverhoring, want wie
Hem echt liefheeft, doet Zijn geboden.
Vers 8: “De grootheid van Mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer
jullie veel vrucht dragen en Mijn leerlingen zijn.”
Het begint en eindigt dus allemaal met de Vader, de eigenaar
van de wijnstok. Reeds vanaf het begin van deze Midrash wees Yeshua Zijn talmidim erop,
dat Zijn Vader als Wijnbouwer veel tijd en energie in de ranken stopt om hen
meer vrucht te laten dragen. Daarom worden sommige ranken gesnoeid en andere ranken weggesneden.
De wijnbouwer heeft immers de wijnstok juist geplant vanwege de vruchten en
daarmee voor Zijn winst, want mooie ranken vol heerlijke vruchten maken de
wijnbouwer groot in aanzien. Daarom zei Yeshua tegen Zijn talmidim, dat Zijn Vader juist dáárin
wordt verheerlijkt, dat zij veel vrucht dragen. Yeshua laat in de kern van deze Midrash Zichzelf zien als de schakel
tussen de wijnbouwer, de voedingsbron en de vrucht van de ranken en zegt
daarbij nadrukkelijk dat alleen de ranken die in de wijnstok blijven, vruchten
kunnen dragen. Alleen wie zich laat snoeien door gehoorzaam te zijn aan Zijn
woord en de geboden van Zijn Vader, kan meer vruchten opleveren. De
vruchtbaarheid van alle gelovigen is immers tot heerlijkheid G’ds. Door van Hem
te getuigen, Hem te gehoorzamen en Zijn liefde uit te dragen worden velen er
toe gebracht Hem aan te nemen als Heer en Verlosser en onze Vader, die in de
hemel is, te verheerlijken. Vrucht dragen is dus doorgeven wat je van Yeshua
krijgt. Bent u al gesnoeid en gekrent? Ja? Dan bent u er klaar voor! Draag
vrucht en ervaar Zijn vreugde! Ik wil deze studie ook afsluiten met de woorden
waarmee ik begonnen ben:
.]ma ]pgh yrp arvb ,lvih ;lm vnyhla yy hta ;vrb Baruch Ata Adonai, Eloheinu, Melech
haOlam, bore p’ri haGafen, amen.
[Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze G’d, Koning van het heelal, Gij die de vrucht
van de wijnstok hebt geschapen, amen]. - Lechaim!
Werner
Stauder